Drie grote golven: gedachten, gevoelens en gedrag

Het moment dat je een schokkende gebeurtenis meemaakt, kan je vergelijken met een storm die plots uitbreekt boven een kalme zee. De eerste bliksem komt terecht als een enorme slag in het water en veroorzaakt drie grote golven: de golf van gedachten, de golf van gevoelens en de golf van gedrag. Bram, Marie, Sofie, Tim, Jan, Laura, Stefanie en Maxime vertellen hieronder wat zij dachten, voelden en deden op het moment dat zij de schokkende gebeurtenis meemaakten.

 

De golf van gedachten

 

Op het moment dat je een schokkende gebeurtenis meemaakt, kunnen er heel wat vragen en gedachten door je hoofd gaan. Je kan bijvoorbeeld denken dat het om een grap, een droom of een film gaat. Of je begrijpt gewoon niet goed wat er aan het gebeuren is. Misschien denk je wel het allerergste. Deze gedachten zijn niet altijd leuk, maar zijn wel heel NORMAAL.

De golf van gevoelens

Net zoals deze kinderen, kan ook jij allerlei gevoelens hebben op het moment van de schokkende gebeurtenis. Misschien was je bang, boos of verdrietig. Misschien voelde je je schuldig of beschaamd. Of misschien had je wel heel veel verschillende gevoelens tegelijkertijd. Deze gevoelens zijn misschien niet leuk maar wel hl NORMAAL.

Ook alles wat je voelt veranderen in je lichaam is heel NORMAAL. Dit kan bijvoorbeeld zijn: hevig zweten, je hart dat heel snel klopt, knikkende knien, slappe benen, moeilijk kunnen ademen, misselijkheid, een vreemd gevoel in je hoofd, het warm of koud hebben of het warm en koud tegelijkertijd hebben…

De golf van gedrag

 

Iedereen die een schokkende gebeurtenis meemaakt, reageert op een andere manier. Sommige kinderen staan aan de grond genageld en kunnen niets meer zeggen of doen; het is alsof hun lichaam bevriest. Het is een beetje zoals wanneer je een kikker aanraakt: heel vaak zal de kikker verstijven en doen alsof hij dood is, in de hoop dat je hem zo snel mogelijk met rust laat. Andere kinderen vluchten: ze lopen weg of verstoppen zich. Zoals een konijn dat snel weg huppelt of een schildpad die zich terugtrekt in zijn huisje wanneer het zich onveilig voelt. Nog andere kinderen vechten: zij slaan, schreeuwen, schoppen om zich zo goed mogelijk te verdedigen. Denk maar aan een egel die zich oprolt tot een stekelige bal wanneer hij zich bedreigd voelt.
Het belangrijkste wat je moet onthouden is dat AL DEZE REACTIES (vechten, vluchten, bevriezen) EVEN GOED, EVEN NORMAAL en EVEN BELANGRIJK zijn! Door te vechten, te vluchten of te bevriezen, bescherm je jezelf zo goed als mogelijk tegen het gevaar of de schokkende gebeurtenis.